In gesprek met Romke van de Kaa

‘Mensen lezen graag over mislukkingen’

Begin dit jaar benaderden we kweker en publicist Romke van de Kaa met de vraag of hij ambassadeur of adviseur wilde worden van Stenen kun je niet eten. Daar voelde hij niet voor, maar hij nodigde ons wel uit voor een gesprek. Die uitnodiging grepen we met beide handen aan, we waren namelijk heel benieuwd naar zijn overwegingen en wie weet konden we zo toch nog wat wijze adviezen voor ons boek bemachtigen.  

We ontmoeten Romke van de Kaa thuis in Dieren waar hij een voormalige oranjerie bewoont, een karakteristiek pand met een rijke geschiedenis dat deels teruggaat tot de middeleeuwen. We spreken elkaar aan de keukentafel met uitzicht over de prachtige tuin en uiterwaarden.

Romke is duidelijk, hij vindt Stenen kun je niet eten een goed idee maar betwijfelt of we eetbare planten wel in de stad moeten verbouwen. Immers, de meeste fijnstof en vervuiling bevinden zich toch in de stad, net als honden- en kattenplas. Wij voeren op onze beurt aan dat juist in de stad de meeste versteende tuinen en tuiniers te vinden zijn en dus de meeste winst te behalen als het gaat om vergroening. De vervuiling is overigens wat ons betreft, zowel in de stad als op het platteland, een reden om groenten en fruit goed te wassen voordat we ze eten.

We gaan naar huis met een hoop goede tips, waarvan eentje er ons het meest zal bijblijven: ‘ Tuinen en tuinboeken mogen best wat minder braaf en kwezelig. Niet alles lukt, vertel ook over uitdagingen en mislukkingen. Mensen lezen graag over mislukkingen.’

 

‘Als je dan een kersenboom in je tuin zet, plant dan een eetbare en geen sierkers’.

‘Eetbaar is wat anders dan lekker. Begonia is lekker. Dahlia en viooltjes zijn decoratief en eetbaar maar vind ik niet lekker’.

 

Beauty is in the eye of the beholder

Observeer & integreer

Stilte en observatie vormen de kern van de permacultuur ontwerpmethode.

In onze snelle en kant-en-klare wereld is het een uitdaging om stil te staan en de seizoenen in je tuin te observeren. Het bestuderen en proberen te begrijpen van hoe de patronen van weer, wind en hoogteverschillen invloed hebben op vorst en plantengroei op je stukje land. Kijken en stilstaan geeft ons de mogelijkheid om stap voor stap de diepere aspecten van zorg voor de aarde te ontdekken.

Dit ontwerpprincipe geeft ons ook handvatten voor het boek, hoe kunnen we het ontwerp, de inhoud en het proces zo inrichten dan het onder andere in overeenstemming is met de seizoenen, met ons als makers, met het boekenlandschap in Nederland enzovoort.

De seizoenen

Door de tuinen die in het boek worden geportretteerd in meerdere seizoenen te fotograferen, komen de cycli van de natuur terug in het boek. Een tuin is ook mooi in de herfst of winter. Het ligt eraan wat je ziet, schoonheid is in de ogen van de toeschouwer.

Elk seizoen heeft zijn eigen kracht, energie. Probeer de natuur eens te volgen.

  • De lente (nu dus) is een tijd van groeikracht in de natuur. De lentezon stijgt steeds hoger, het licht neemt toe, de dagen worden langer. Het is de tijd om  je levensenergie te activeren, geef het tijd om te groeien.
  • De zomer (vanaf 21 juni) is een tijd van verhoogde helderheid en energie. Een piek in kracht en creativiteit. Symfonie van geuren, kleuren en klanken in de natuur. De  zon bereikt zijn hoogtepunt. De lange dagen en het warme weer geven je energie om door te zetten.

 

 

Recept: vlierbloesemlimonade

Er zijn meerdere manieren om vlierbloesemlimonade te maken. Sommigen koken de bloesem om vervolgens de drank langer te bewaren. Voor een snelle frisse limonade pluk je 6 tot 10 vlierbloesemschermen voor 1 tot 3 liter water. Was de schermen en doe ze in een kan of grote pan met koud water. Laat minimaal 8 uur staan. Zeef het sap daarna en geniet ervan, heerlijk op een warme dag als vandaag!

Variatietip
Voeg 6 tot 12 takjes citroenmelisse bij het water en 3 tot 6 eetlepels rozijnen om het sap zoeter te maken. Probeer ook eens een halve citroen of stukjes gember.

Wat is jouw variatietip? Deel ‘m met ons op Facebook of Twitter!

Eetbare tuintip: de vlierstruik

De bloemen van de vlierstruik staan al volop te bloeien. De struik heeft houtachtige takken en kan zo’n 2 tot 5 meter hoog worden. De eetbare soort Sambucus Nigra heeft roomwitte schermen met gele meeldraden. De bessen zijn rijp in augustus en september en hangen naar beneden. (Let op, er is ook een giftige kruidvlier, Sambucus Ebulus, deze kan 1,5 meter hoog worden, de bloemen hebben rode meeldraden en de bessen staan opwaarts gericht.)
De vlier zie je veel in het wild, weinig mensen planten deze struik in hun tuin. Het is een struik die het goed doet in een bosachtige omgeving maar wel graag wat zon vangt.
Van de vlierstruik is elk deel heilzaam. De bloemen bevatten slijmstoffen, looistoffen en etherische olie. De bessen zijn rijk aan provitamine A en vitamine C. Van de bloesem en vruchten kunnen heerlijke dingen worden gemaakt… daar morgen meer over!

Permacultuur, wat is het eigenlijk?

Als makers van Stenen kun je niet eten gebruiken wij permacultuur als uitgangspunt. Dat betekent dat we ons vanuit de ontwerpprincipes van permacultuur steeds afvragen hoe we te werk willen gaan, stilstaan bij wat we tegenkomen en bewust kiezen hoe we ermee omgaan. Daarbij helpen de drie basisprincipes van permacultuur ons;

  • Zorgen voor de aarde
  • Zorgen voor elkaar
  • Deel wat er al is

Het is een sociaal proces maar ook een inhoudelijk proces; het gaat over de keuzes die we maken voor de inhoud en de productie van het boek.

Leven met de natuur
Permacultuur gaat over lage emissies, over eco-vriendelijk en in overvloed leven. Je maakt gebruik van wat er al is, zonder de aarde uit te putten of te vernietigen. Waar nodig herstel je de ecologie, zodat jij en de natuur erop vooruit gaan. Het idee is: laat de natuur zoveel mogelijk het werk doen en probeer met haar mee te denken. Je zou ook kunnen zeggen: permacultuur is leven in besef dat we onderdeel zijn van de natuur.
Permacultuur is ook een wetenschap voor het ontwerpen van de menselijke leefomgeving op een manier die ecologisch duurzaam en economisch stabiel is. Complexe ecosystemen in de natuur dienen hierbij als voorbeeld.

De komende tijd lichten we in deze blog een aantal ontwerpprincipes van permacultuur toe.

Lekker lekker: Look-zonder-look

Na het wrijven van het blad van Look-zonder-look (Alliaria petiolata) komt er een geur vrij die lijkt op die van knoflook. De plant dankt hieraan ook zijn naam; hij ruikt naar look maar is botanisch niet verwant aan look. Look-zonder-look heeft een knoflookaroma met een mosterdsmaak, maar smaakt milder dan knoflook. Het blad kan fijngehakt aan salades worden toegevoegd of is heerlijk in een pesto.
Bladeren: karakteristiek hartvormig, frisgroen en licht getand
Bloemen: klein en wit
Bloeitijd: april – juni
Oogsttijd: februari – juli

Plantenfuncties: groente, kruid, vers eetbaar, verwerkt eetbaar, inheems, bijenplant, geneeskrachtig

De aardbei

Als er één dankbaar en heerlijk vers eetbaar gewas is in je tuin dan is het wel de aardbei. Een plant die zichzelf vermeerdert en verdwijnt daar waar hij het niet goed doet. Je kunt de aardbeien als een lage groeier in je border en op zonnige plekken plaatsen. Doe dat op verschillende plekken, zodat je diversiteit krijgt in je eetbare tuin. Er zijn vroege en late soorten, net wat je voorkeur heeft. Ook erg lekker en ondergewaardeerd is de bosaardbei die het juist op een schaduwrijke plek goed doet.
Botanisch gezien is de aardbei, ofwel Fragaria Rosaceae (behorend tot de rozenfamilie), een schijnvrucht. Er zijn meer dan twintig soorten en van de geteelde aardbei zijn er vele honderden rassen. Aardbeien plant je in het najaar, de plant bloeit nu en de aardbeien beginnen te groeien en te rijpen.

Doe eens gek, laat de boel de boel

Met variatie en biodiversiteit creëer je een goede cyclus in je tuin waarbij niets verloren gaat en alles een nuttige toepassing krijgt. Onder biodiversiteit verstaan we het tegelijk voorkomen van een hele waaier aan levende organismen. Hoe meer zielen, hoe meer vreugd. Planten en dieren bewonen samen een plek en beïnvloeden elkaars leven. Ze hebben elkaar nodig hebben als voedsel, gastheer of opruimer. Neem nu de bodem: daarin zitten enorm veel verschillende organismen zoals schimmels, bacteriën, regenwormen, insecten en mollen. Zij zorgen ervoor dat dood organisch materiaal zoals herfstbladeren, mest of een omgevallen boom, afgebroken wordt tot humus. Humus levert weer de nodige voedingstoffen aan groeiende planten.

Grijp niet in
Dus doe eens gek en koester de eerstvolgende insectenaanval in je tuin. Zie ‘m als iets positiefs en grijp niet in. Als je de boel even laat begaan, zul je merken dat een aantasting het begin is van een mooi verhaal van biodiversiteit. Als je meteen vernietigt, gaat je tuin steeds terug naar af en dat is niet de bedoeling. Elke plaag trekt vanzelf zijn natuurlijke vijanden aan. Jij kunt die vijand in je tuin houden door een geschikte en gevarieerde omgeving te creëren.

Varieer
Variatie krijg je door te kiezen voor verschillende rassen van een plant of groente. Dat heeft veel voordelen: de ene boon is de andere niet en dat vinden ook de belagers. Die vinden niet alles even lekker en laten sommige rassen links liggen. Zo is er altijd iets te oogsten, te plukken of om van te genieten. Door diverse rassen te planten zorg je ook voor verschillende smaken op je bord, kleuren of vormen in de tuin of bloemen in de vaas. Variatie in je tuin betekent ook verscheidenheid in wortelgroei, zodat alle grondlagen benut worden. Ieder plantje heeft zijn eigen voedingsbehoefte, dat zorgt ervoor dat alle bemesting gebruikt wordt. En variatie aan bladvorm zorgt voor een optimaal gebruik van het zonlicht en voor een goede bodembedekking.

Selectie tuinen bekend

Het heeft ‘ietsje’ langer geduurd dan gepland, maar we zijn eruit! Welke eetbare tuinen we graag willen opnemen in ons boek Stenen kun je niet eten.

We hebben er bij onze keus op gelet om zoveel mogelijk verschillende soorten en maten tuinen te kiezen, dat de tuin echt in een stedelijke omgeving ligt, niet meer dan 1 per stad en verspreid door heel Nederland. Het grote aantal aanmeldingen maakte de keus niet makkelijk en in sommige steden waren zoveel aanmeldingen dat we soms mooie tuinen toch niet konden meenemen in de selectie. Om iedereen  toch de kans te geven zijn eetbare tuin te laten zien, willen we kijken of we op de website van Stenen kun je niet eten een plek kunnen inrichten waarop alle eetbare-tuin-bezitters hun verhaal kunnen vertellen en hun tuin kunnen laten zien. We houden je hiervan op de hoogte.

Verder zijn we heel druk om de financiering voor het boek rond te krijgen. Dit is nog een flinke uitdaging en we zijn hierover in druk overleg met uitgever, sponsors en we onderzoeken de mogelijkheden voor crowdfunding. Wij willen dat het gaat lukken en hebben jullie steun hierbij hard nodig! Daar hoor je later meer over.

De volgende tuinen willen we graag opnemen in ons boek (in willekeurige volgorde):

Michiel Coesèl – Groningen

Madelon Oostwoud – Amsterdam

Kerstin Mengewein – Almere

Ingrid Westhuis – Harderwijk

Karolien Berbers-Kemena – Helmond

Ellen Verhagen – Eindhoven

Vera Greutink – Hengelo

Miranda Lit – Utrecht

Katharina Hone – Zwolle

Iris Veltman – Beverwijk

Ruth Keller-Van der Weijde – Rotterdam

Marly Bonten – Barendrecht

Serai Bressers – Amersfoort

 

Zodra de financiering van het boek rond is, nemen we contact met jullie op voor het maken van een afspraak voor een interview en foto-moment. Dit zal waarschijnlijk in de maanden juli-augustus-september gaan gebeuren. Volg ons in de tussentijd op facebook en hou onze website in de gaten voor nieuws en mogelijkheden om ons project te steunen!